26 juli 2009

Thomas Mann


"Thomas Mann, Thomas Mann, Thomas Mann..."
Zo eindigt Adam Michnik zijn essay 'Het schelden van Don Quichot' (1986), terug te vinden in de bundel Uit de belegerde stad.
Adam Michnik heeft de brieven (1933-1936) van Thomas Mann gelezen. Vanuit de strafgevangenis in Barczewo schrijft hij erover aan de Poolse lezers. Vijftig jaar na de publicatie van Manns open brief in de New Yorkse pers.
Lees meer...

Hij haalt uit de brieven de schrijver naar boven die, wanneer hij 'opstaat van zijn bureau en de pen neerlegt, weer een van ons is, zwak en twijfelend, beangstigd en zo vatbaar voor de verleidingen van het praktische'. De worstelingen.
De brievenschrijver die zich ontpopt als een scheldende Don Quichot wanneer het over het nazisme gaat. Michnik zoekt een verklaring voor deze 'nederlaag van de taal'. De machteloosheid. En tegelijk het einde van de dubbelzinnigheid.

Behoorlijk onder de indruk was ik toen ik dit essay enkele jaren geleden las - van de hele bundel trouwens én van de vertaler Gerard Rasch én van de mooie inleiding door Paul Scheffer - en nu ik het herlees opnieuw.

En zo begon ik op een avond eerder toevallig naar Die Manns - Roman van een eeuw te kijken.
Met de jongste dochter Elisabeth Mann-Borgese als gids vertelt regisseur Heinrich Breloer het verhaal van de familie Mann. Archiefbeelden en vertolkingen vloeien zacht in elkaar over. Het is een televisiereeks, maar wel een van de betere.
Ik let vooral op Thomas Mann/Armin Mueller-Stahl. 'Zijn verfijnde cultuur en emotionele terughoudendheid' zoals Michnik hem beschreef. Of het 'te midden van schokken, omwentelingen en gevaar zijn werk scheppen, rustig en volhardend'. Maar ook op de vrouw die achter hem staat, de stempel die hij drukt op (de toekomst van) zijn kinderen.

Ik herken die man.
En toch heb ik geen van zijn boeken gelezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten