24 februari 2016

Rebel Rebel


David Bowie (Jones) is geboren in Londen in 1947 en overleden in New York op 10 januari 2016, net na zijn 69ste verjaardag en de release van de cd Blackstar én de première van de musical Lazarus onder regie van Ivo Van Hove: gewerkt tot de laatste snik dus.

David Bowie kennen we voornamelijk door zijn vele alter ego’s, theatrale personages die vorm kregen in zijn eerste muzikale albums Space Oddity (’69), The Man Who Sold the World, Hunky Dory, Ziggy Stardust en Diamond Dogs.

De exuberante en met drugs overspoelde periode in Los Angeles was tevens een keerpunt: nadat Bowie in 1976 het schitterende Station to Station op de draaitafels gooide, vertrok hij naar Berlijn om zich te herbronnen.

De samenwerking met Brian Eno en Robert Fripp resulteerde in een nieuwe sound op Low, Heroes, Lodger, Scary Monsters… waarbij elektronica en de typische gitaarstijl van Fripp significant zijn. Het commerciële en dansbare Let’s Dance uit 1983 toont een ander facet van Bowie, gebaseerd op riffs van Nile Rogers (Chic) en met Tony Visconti als producer… Deze laatste is tevens een vaste waarde in het oeuvre van David Bowie.

Begin de jaren ’90 experimenteert Bowie met gitaarrock-garagerock met Tin Machine als begeleidingsband.





De laatste 10 jaar komen nog 2 albums uit, met een andere (wellicht de echte) gelouterde Bowie: The Next Day en het recente Blackstar. Begin jaren 2000 is er ook nog de fameuze Reality Tour tot in 2004 Davids hart het voor de eerste keer laat afweten en de wereldtournee afgelast wordt. Hiervan bestaan schitterende live concertopnames in Dublin in 2003 op dvd. De setlist omvat 30 jaar uit het oeuvre van Bowie en de bandleden zijn om ‘u’ tegen te zeggen: Earl Slick, Gail Ann Dorsey…

Bowie acteert ook graag en zingt en vertolkt liederen van Jacques Brel en Bertholt Brecht. Hij speelt filmrollen in The Man Who Fell to Earth, The Hunger, Merry Christmas Mr. Lawrence en staat op toneel als The Elephant Man. Zijn zoon Duncan Jones regisseert Moon in 2009, een opmerkelijke S.F.film.

De mens en het personage David Bowie is een complex, maar beslist individu. Bowie is een allround kunstenaar en muzikant, begiftigd met een unieke stem, een stijlicoon en trendsetter, een belezen man en een gentleman met gevoel voor humor. Als muzikant op zijn minst een vernieuwer en iemand die als geen ander de juiste mensen en ingrediënten kan samenbrengen om iets nieuws te creëren.

Reeds in zijn prille jeugd wordt hij door zijn oudere stiefbroer ingewijd in de kunsten en de jazzmuziek en is de bodem gelegd voor een passioneel artiest. Bowie’s personages zoals Ziggy en The Thin White Duke zijn (naar eigen zeggen) gecreëerd om zijn (van nature) verlegenheid te maskeren, een vlucht en vaak druggerelateerd. Stiefbroer Terry leed aan schizofrenie en pleegde zelfmoord in 1985 en enkele songs van Bowie zijn hierop gebaseerd: Jump They Say, All the Mad Men. De angst voor deze geestesziekte is een constante geweest in zijn leven.





Bowie heeft vaak beroep gedaan op Belgische creatievelingen, de eerder genoemde toneel- en operaregisseur Ivo Van Hove en niet in het minst ook op Guy Peellaert die in 1974 de hoes ontwerpt voor Diamond Dogs, een foto-realistisch kunstwerkje.





Peellaerts werk is het meest bekend van het boek Rock Dreams (nog heel moeilijk te vinden) en de filmaffiches voor onder andere Taxi Driver en Paris Texas. Voor Hara Kiri tekent hij een stripreeks.

Voor de kostuums en theaterattributen tekent de Japanse kunstenaar/kimono/mode-ontwerper Kansai Yamamoto, zoals het pak met concentrische cirkels op de foto.





En dan is er Blackstar, het laatste studioalbum en wat voor één! Zeven tracks die aan je vel plakken: een samenwerking van Bowie met de band rond saxofonist Donny McCaslin. Dit is New Yorkse avant garde jazz meets pop en rock. De andere bandleden zijn op drum Mark Guiliana, op bas Tim Lefebre en Jason Lindner bedient de knoppen aan de keyboards.





De ongewone sound is onder handen genomen door Tony Visconti, maar het eindresultaat is oh zo Bowie. Vanaf de eerste tik op het prominent aanwezige drumstel, de gierende sax, het elektronisch landschap en het gemak waarmee Bowie hier doorheen zingt … Het zit allemaal op de juiste plaats.





“I Can’t Give Everything Away” zuigt je mee in de ijlte van Morricone’s wilde westen (Man With a Harmonica) in een vloeiende ballade met een atonale sax en basgitaar die zich hier doorheen slingert. In het herwerkte ”‘Tis a Pity She Was a Whore” (b-kant van een single uit 2014) valt het stevige slagwerk met een plets in je gezicht, de keyboards gaan loss in opzwepende lijn, de saxen huilen.
De teksten zijn bevreemdend poëtisch, een blackstar waardig dus.

“Look up here I’m in heaven
I’ve got scars that can’t be seen
I’ve got drama, can’t be stolen
Everybody knows me now…”
Uit: Lazarus

De tentoonstelling ‘David Bowie' in het Groninger Museum is verlengd tot 10 april 2016.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten